네덜란드어 어휘
Insecten
개미
더듬이
개미집
메뚜기
귀뚜라미
전갈
독침
파리
거미
거미줄
말벌
벌레
애벌레
구더기
모기
기생충
벼룩
진드기
달팽이
딱정벌레
바퀴벌레
무당벌레
나비
애벌레
고치
나방
잠자리
사마귀
꿀벌
벌집
벌집
지네
타란튤라
민달팽이
귀뚤귀뚤~♬
de mier
de voelspriet
de mierenhoop
de sprinkhaan
de krekel
de schorpioen
de angel
de vlieg
de spin
het spinnenweb
de wesp
de worm, de aardworm
de larf, de larve
de made
de mug
de parasieten
de vlo
de teek
de slak
de kever
de kakkerlak
het lieveheersbeestje, het onzelieveheersbeestje, het zonnekevertje
de vlinder
de rups
de cocon
de mot, de motvlinder (masc)
de libel, de libelle
de bidsprinkhaan
de bij, de dar (male)
de bijenkorf
de zwerm
de honingraat
de duizendpoot
de tarantula
de naaktslak
tjirpen, tjilpen