Vocabulaire hollandais
Het Lichaam II
het skelet
het bekken
de heup
de schedel
de ribbenkast
de rib
de wervelkolom, de ruggengraat
de botten, de beenderen
de tanden
het tandvlees
de kaak
de tand
de vulling
het gaatje
het hart
de aders
other plural: aderen
de slagaders
het bloed
de longen
de luchtpijp
de hersenen
other plural: hersens
de nier
de knieschijf
de bloedvaten
le squelette
le bassin
la hanche
le crâne
la cage thoracique
la côte
la colonne vertébrale
les os (m.)
la dentition
la gencive
la mâchoire
la dent
le plombage
la carie
le cœur
la veine
l'artère
le sang
les poumons (m.)
la trachée
le cerveau
le rein
la rotule
les vaisseaux sanguins (m.)