Luisteroefening The 5 senses
Touch Tastzin
to touch aanraken
to feel voelen
rough ruw
smooth glad

My skin feels rough.
Mijn huid voelt ruw aan.

numb gevoelloos
sensitive gevoelig
to tingle tintelen

My foot is asleep. I can't feel a thing.
Mijn voet slaapt. Ik voel niks.

My hands are tingling.
Mijn handen tintelen.

Sight Zicht
to stare staren
to glance een blik werpen
to squint turen
to blink knipperen
to wink knipogen

It's not polite to stare.
Het is niet beleefd om te staren.

Roger glanced at the mysterious woman.
Roger wierp een blik op de mysterieuze vrouw.

blind blind
color blind kleurenblind
eyesight gezichtsvermogen
vision zicht
far-sighted verziend
short-sighted bijziend

We were blinded by the intense light.
We werden verblind door het felle licht.

My vision is 20/20.
Mijn gezichtsvermogen is in orde.

About 8 percent of males are color blind.
Ongeveer 8 procent van de mannen zijn kleurenblind.

She has really poor eye-sight. Without her glasses she can't see a thing .
Haar gezichtsvermogen is slecht. Zonder haar bril ziet ze niks.

visible zichtbaar
invisible onzichtbaar
bright helder
dim duister
light licht
dark donker

The search party squinted in the bright sun.
Het reddingsteam tuurde tegen de heldere zon in.

Hearing Gehoor
deaf doof
deafness doofheid
hard of hearing hardhorig
hearing-impaired slechthorend

Grandpa is a little hard of hearing.
Opa is een beetje hardhorig.

His hearing is very acute
Hij heeft een scherp gehoor.

Expressions

I'm all ears. What did you want to tell me?
Ik ben een en al oor. Wat wou je me vertellen?

silent stil
silence stilte
quiet stilletjes
loud luid
soft zacht
deafening oorverdovend
audible hoorbaar

She can't bear silence.
Ze kan geen stilte verdragen.

Speak softly. We're in a library.
Zacht spreken. We zitten in een bibliotheek.

The sound of the explosion was deafening.
Het geluid van de ontploffing was oorverdovend.

The radio was barely audible.
De radio was amper hoorbaar.

He's out of earshot. He won't be able to hear you.
Hij is buiten gehoorsafstand. Hij kan je niet horen.

Smell Reukzin
odor geur
scent reuk
smell ruiken
stink stinken
stench stank
fragrance geurigheid
BO (body odor) lijflucht
to smell ruiken
to stink stinken

That smells wonderful.
Dat ruikt heerlijk.

That smells bad.
Dat ruikt vies.

By itself, "smell" is negative.

You smell.
Jij riekt.

What's that smell?
Wat is dat voor geur?

That stinks.
Dat stinkt.

His socks are stinky.
Hij heeft stinkende sokken.

The stench of the sewer drifted over to our table.
De stank van het riool waaide naar onze tafel.

People can usually identify the scent of their spouse.
Mensen herkennen doorgaans de geur van hun echtgenoot.

Taste Smaakzin

See: Food : Taste


Delen