Japans woordenschat
体 2
骨格
こっかく<br>kokkaku
骨盤
こつばん<br>kotsubaN

こし<br>koshi
頭蓋骨
ずがいこつ<br>zugaikotsu
胸郭
きょうかく<br>kyoukaku
肋骨
ろっこつ<br>rokkotsu
背骨
せぼね<br>sebone

ほね<br>hone
歯(複数形)
は<br>ha(fukusuukei,plural)
歯茎
はぐき<br>haguki

ago

は<br>ha
詰め物
つめもの<br>tsumemono
虫歯
むしば<br>mushiba
心臓
しんぞう<br>shinzou
静脈
じょうみゃく<br>joumyaku
動脈
どうみゃく<br>doumyaku
血液
けつえき<br>ketsueki

はい<br>hai
気管
きかん<br> Kikan

のう<br>nou
腎臓
じんぞう<br>jinzou
腎臓
じんぞう<br>jinzou
het skelet
het bekken
de heup
de schedel
de ribbenkast
de rib
de wervelkolom, de ruggengraat
de botten, de beenderen
de tanden
het tandvlees
de kaak
de tand
de vulling
het gaatje
het hart
de aders
de slagaders
het bloed
de longen
de luchtpijp
de hersenen
de nier
de bloedvaten