Koreaans woordenschat
몸 부위 2
뼈대, 골격
골반
두개골
흉곽
갈비뼈
등뼈
이, 치아
잇몸
턱뼈
이, 치아
충전재
충치
심장
정맥
동맥
피, 혈액
폐, 허파
기도
신장, 콩팥
무릎뼈
혈관
het skelet
de heup
de schedel
de ribbenkast
de rib
de wervelkolom, de ruggengraat
de botten, de beenderen
de tanden
het tandvlees
de kaak
de tand
de vulling
het gaatje
het hart
de aders
de slagaders
het bloed
de longen
de luchtpijp
de hersenen
de nier
de knieschijf
de bloedvaten