Engels (Verenigd Koninkrijk) woordenschat
The Dining Room

het bestek
de lepel
de vork
het mes
tafel opmaak
bord
placemat
servet
servetring
tafel
tafelkleed
stokjes
kom
het zoutvaatje
zout
het pepervaatje
peper
de vleestang
soeplepel
het kopje
schotel
glas
water
het rietje
het ijsblokje
mok
kan
fles
kurk
kroonkurk
flessenopener
kurketrekker
wijnglas
wijn
bierglas, pul
bier
thee
theezakje
suikerpotje
suikerklontje
schuim
theepot
eating utensils, cutlery
spoon
fork
knife
place setting
plate
place mat
napkin
napkin ring
table
table cloth
chop sticks
bowl
salt shaker
salt
pepper shaker
pepper
tongs
ladle
cup
saucer
glass
water
straw
ice cube
mug
pitcher
bottle
cork
bottle cap
bottle opener
corkscrew
wine glass
wine
mug
beer
tea
tea bag
sugar bowl
sugar cube
foam
teapot