În limba Olandez Vocabular
Het Gezicht
het haar
de slaap
de wang
het oor
de oorlel
de baard
de snor
het voorhoofd
de neus
het neusgat
outside: de neusvleugel (m)
de kin
het oog
de wenkbrauw
de wimper
de iris, het regenboogvlies
het ooglid
de pupil
de mond
de lip
de tong
de bakkebaard
de sik
often diminutive: het sikje
de stoppelbaard
behaard, harig
de hoofdhuid, de scalp (m)
het kuiltje
de slechte adem
uitdrukkingen
glimlachen
fronsen
păr
tâmplă
obraz
ureche
lobul urechii
barbă
mustaţă
frunte
nas
nară
bărbie
ochi
sprânceană
geană
iris
pleoapă
pupilă
gură
buză
limbă
perciuni
cioc
mirişte
păros
scalp
cos
respiraţie urât-mirositoare
expresii
a zâmbi
a se încrunta