Engels (Verenigd Koninkrijk) woordenschat
The Family
moeder
vader
zus
broer
zoon
dochter
tante
oom
grootvader
grootmoeder
neef
overgrootvader
overgrootmoeder
nicht
neef
kleinzoon
kleindochter
achterkleindochter
echtgenoot
schoonmoeder
schoonvader
zwager
schoonzuster
schoonzoon
schoondochter
achterneef
vrouw
kinderen, jonge geitjes
broers en zussen
ouders
oom (echtgenoot van de tante)
tante (vrouw van oom)
broer-in-law (man zus)
zuster-in-law (broer van de vrouw)
mother, mum, mummy
father, dad, daddy
sister
brother
son
daughter
aunt
uncle
grandfather
grandmother
cousin
great grandfather
great grandmother
niece
nephew
grandson
granddaughter
great granddaughter
husband
mother-in-law
father-in-law
brother-in-law
sister-in-law
son-in-law
daughter-in-law
second cousin
wife
children, kids
siblings
parents
uncle
aunt
brother-in-law
sister-in-law