Italiaans woordenschat
Il giardino
de hark
de schoffel
de schop, de spade
de heggenschaar
het schepje
de tuinman
de gieter
de bloempot
de tuinslang
de sproeier
de grasmaaier
het schuurtje, het tuinhuisje
het zaad
het zakje zaad
het kiemplantje
het bloemperk, het bloembed
de moestuin, de groentetuin
de grendel
het hek
de poort
de muur
il rastrello
la zappa
il badile
le forbici
la paletta
il giardiniere
l'annaffiatoio, l'innaffiatoio
il vaso
il tubo di gomma per annaffiare
l'irrigatore
il tosaerba
il capanno degli attrezzi
il seme
il sacchetto di semi
la piantina
l'aiuola
l'orto
il chiavistello
il recinto
il cancello
il muro