Italiaans woordenschat
La cucina
de koelkast
de ijsblokjes
het vriesvak
het fornuis
de gaspit
de oven
de ovenwant
de magnetron
de snelkookpan
de keukenwekker
de broodrooster
het geroosterd brood
de mixer
de gardes
de blender
de keukenmachine
het blik
het deksel
de blikopener
de weckpot
de kan
de gootsteen
de afwas
de keukenrol
doek
de spons
het afwasmachinemiddel, het vaatwasmiddel
de afwasmachine, de vaatwasser
het koffieapparaat
de koffie
de koffiemaler
il frigorifero
la vaschetta del ghiaccio
il congelatore
il fornello
il fornello
il forno
il guanto da forno
il forno a microonde
il fornelletto, lo scaldavivande
il timer
il tostapane
il pane tostato, il toast
il frullatore
la frusta
il frullatore
il tritatutto
la lattina, la scatoletta
il coperchio
l'apriscatole
il barattolo
la caraffa, la brocca
il lavandino
i piatti
lo scottex
lo straccio, lo stofinaccio
la spugna
il detersivo per piatti
la lavastoviglie
la macchinetta da caffe
il caffè
il macinacaffe