Engels woordenschat
The House
het dak
de schoorsteen
de zolder
het luik
de garage
de oprijlaan, de oprit, de inrit
het trottoir, de stoep (f)
de stoeprand
de straat, de weg (m), de baan
de dakpan
de tegel
de tuin, de hof
de kamer
het plafond
de muur
de verdieping
de hal, de gang (m), de vestibule
roof
chimney
attic
shutter
garage
driveway
sidewalk
curb
street
shingle
tile
yard
room
ceiling
wall
floor
hall, hallway
gutter