荷蘭語詞彙
Huisdieren

皮毛
鬍鬚
(滿足地)嗚嗚叫
小貓
喘氣
吠叫
嗥叫
小狗
低吠
母狗
頸圈
狗鏈
爪子
(動物的)指甲
大便
獸醫
de kat
de kater (male)
de vacht
de snorharen
spinnen
de jonge poesjes
de hond
hijgen
blaffen
grommen
de pup, het jonge hondje (neutr)
janken
de teef
halsband
de lijn, de leiband
de poot
de klauw
de poep, de drol
dierenarts
veearts ( bigger farm animals)