Italiaans woordenschat
Il mare

la spiaggia
la sabbia
l'onda
l'ondata
il bagnino
il giubbotto di salvataggio
il salvagente
l'isola
la baia
il faro
la piscina
il trampolino
lo schizzo
il materassino
il costume da bagno
gli occhialini
la boa
il sommozzatore
, sub
la bombola dell'ossigeno
la maschera
il boccaglio
le pinne
l'erogatore
la tuta subacquea
la muta (f.)
het strand
het zand
de golf
de vloedgolf
de redder
het reddingsvest
de reddingsboei
het eiland
de baai
de vuurtoren
het zwembad
de duikplank
de plons
het luchtbed
het badpak, het zwempak
de zwembril
de boei
de duiker
de zuurstoffles
het zuurstofmasker, het duikmasker
de snorkel
de zwemvliezen
de regelaar
het duikpak, het surfpak, de wetsuit (m)