Engels woordenschat
Weather
de wolk
de regen
de regendruppel
de bliksem
de donder
de wind
de regenboog
de thermometer
de windwijzer, de weerhaan, de windhaan
de sneeuw
de sneeuwvlok, het sneeuwvlokje (often diminutive)
de sneeuwman, de sneeuwpop (f)
ijs (mass noun), het ijs
de ijspegel, de ijskegel
de regenjas
de paraplu
de overstroming
de tornado, de wervelwind, de wervelstorm
de lawine
cloud
rain
raindrop
lightning
thunder
wind
rainbow
thermometer
weather vane
snow
snowflake
snowman
ice
icicle
raincoat
umbrella
flood
tornado
avalanche