Huisdieren
(寵物)
皮毛
鬍鬚
(滿足地)嗚嗚叫
小貓
喘氣
吠叫
嗥叫
小狗
低吠
母狗
頸圈
狗鏈
爪子
(動物的)指甲
大便
獸醫
de kat
de kater (male)
de vacht
de snorharen
spinnen
het katje
de hond
hijgen
blaffen
grommen
de pup, het jonge hondje (neutr)
janken
de teef
de halsband
de lijn, de leiband
de poot
de klauw
de poep, de drol
de dierenarts
de veearts (for larger farm animals)